Kleurentest gebaseerd op de Frames

Met deze test kunt u bepalen bij welk frame u zich het beste thuis voelt

De Kleurentest voor veranderaars – gericht op Organisatieadviseurs. Deze kleurentest is gebaseerd op de kleurentest van Léon de Caluwé en Hans Vermaak uit het boek ‘Leren veranderen: een handboek voor veranderkundige’[1] De officiële kleurentest is voor iedereen geschikt, wij hebben deze test aangepast zodat hij geschikt is voor organisatieadviseurs. Introductie

Deze ‘kleurentest’ heeft als doel uw inzicht, als organisatieadviseur, te versterken in de wijze waarop een organisatie handelt in een veranderproces. Uit deze test komt naar voren waar de organisatie zijn voorkeuren ligt met betrekking tot vijf veranderkundige paradigma’s, getypeerd in kleuren. Er komt ook naar voren in welke maten de organisatie zijn denken en doen met elkaar in overeenstemming zijn.

De test bestaat uit A- en B-beweringen, soms zal A noch B erg kenmerkend voor u zijn; kies de bewering die het meest op de organisatie van toepassing is.

Denk niet te lang na, kies de bewering waarin u, als organisatieadviseur, de organisatie het beste in herkent.

Veel plezier!!

Test

1. A Veranderingen in de betreffende organisatie kunnen pas succesvol worden als de belangrijkste actoren er achter staan.

B Veranderingen in de betreffende organisatie kunnen pas succesvol zijn als als je de energie en kracht van mensen aanspreekt.

2. A De zaken in de betreffende organisatie zullen veranderen als je de werknemers op de juiste manier prikkelt en verleidt.

B De zaken in de betreffende organisatie zullen veranderen door gebruik te maken van macht, status of invloed op de werknemers.

3. A De betreffende organisatie zal veranderen door te zorgen dat werknemers elkaar spiegels voorhouden.

B De betreffende organisatie zal veranderen wanneer zij uitgaat van de eigen energie en kracht van de werknemers.

4. A De betreffende organisatie verandert als er een verlokkend perspectief geschetst kan worden voor de betrokkene werknemers.

B De betreffende organisatie verandert als er een dialoog ontstaat tussen de werknemers.

5. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet zorgen dat de belangrijkste actoren hun opvattingen zo veranderen dat ze er samen mee kunnen leven.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet zorgen dat de werknemers naar elkaar luisteren en van elkaar leren.

6. A De betreffende organisatie verandert als werknemers zich ontwikkelen.

B De betreffende organisatie verandert als ze weet wat zij wil bereiken.

7. A Het is belangrijk, in de betreffende organisatie, werknemers afwisselend te laten denken en doen.

B Het is belangrijk, in de betreffende organisatie, werknemers op de juiste manier te prikkelen en te simuleren.

8. A De betreffende organisatie kan pas veranderen als zij eerst analyseert wat de beste oplossing is.

B De betreffende organisatie kan pas veranderen als zij de beste werknemers op één lijn krijgt.

9. A De betreffende organisatie kan veranderen door te investeren in zijn werknemers.

B Veranderingen in de betreffende organisatie mag niet te veel afhangen van haar werknemers.

10. A In veranderingsprocessen binnen de betreffende organisatie moet zij de complexiteit zoveel mogelijk reduceren.

B In een veranderingsproces binnen de betreffende organisatie moet ze de dynamiek/complexiteit zien en gebruiken.

11. A Om belangrijke knopen door te hakken binnen de betreffende organisatie is het zinvol om tijdsdruk in te bouwen.

B Om beweging te krijgen binnen de betreffende organisatie is het zinvol ruimte te scheppen (heilige huisjes en bestaande machtsverhoudingen te slechten)

12. A Een goede sfeer binnen de betreffende organisatie is belangrijk voor het doen slagen van een veranderingstraject.

B Het vormen van coalities binnen de betreffende organisatie is belangrijk om dingen te doen veranderen

13. A De betreffende organisatie kan pas veranderen als vooraf een duidelijk resultaat/doel is geformuleerd.

B De betreffende organisatie kan pas veranderen als er wordt uitgegaan van de energie en kracht van de werknemers binnen de organisatie.

14. A In een effectief veranderproces binnen de betreffende organisatie moet er ruimte blijven om te onderhandelen.

B Voor een effectief veranderproces binnen de betreffende organisatie moet vooraf het eindresultaat vaststaan.

15. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet eerst een veilige leeromgeving creeren door het opstellen van spelregels en door rolmodel te zijn.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet eerst patronen ontdekken binnen de complexiteit en betekenissen geven.

16. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet met behulp van zijn verstaan van zaken en voor zorgen dat alle activiteiten aan het resultaat bijdragen.

B De empathie van een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet de veiligheid helpen scheppen waarin werknemers goed met elkaar communiceren.

17. A Er verandert iets als je werknemers binnen de betreffende organisatie iets terug geeft voor wat zij de organisatie geven.

B Er verandert iets als je werknemers binnen de betreffende organisatie gezamenlijk nieuwe inzichten helpt opdoen.

18. A Verandering binnen de betreffende organisatie heeft ruimte nodig.

B Een zorgvuldige inbedding van een veranderingstraject binnen de betreffende organisatie is belangrijk.

19 A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet kansen en mogelijkheden voor het personeel bieden.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet op basis van vooraf gestelde criteria en normen de voortgang bewaken opdat hij/zij op basis daarvan kan bijsturen.

20. A De betreffende organisatie verandert als eerst het beleid verandert.

B De betreffende organisatie verandert als de werknemers veranderen.

21. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet dieper liggende krachten achter problemen kunnen ontwaren opdat hij daarop kan inetervenieren.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet verstand van zaken hebben en planmatig kunnen werken.

22. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet er voor zorgen dat hij/zij het veranderingsproces zoveel mogelijk stabiel en beheersbaar houdt.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet de machtsbalans bewaken.

23. A Dingen binnen de betreffende organisatie zullen veranderen als het voor werknemers aangenaam maakt.

B Dingen binnen de betreffende organisatie zullen veranderen als er nieuwe betekenissen kunnen worden geschapen.

24. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet allereerst empatisch zijn.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet allereerst zorgvuldig zijn.

25. A Communicatie binnen de betreffende organisatie tussen alle betrokkene werknemers is een onmisbare factor in een veranderingstraject.

B Een goede analyse vooraf, binnen de betreffende organisatie, is onmisbaar voor het doen slagen van de verandering.

26. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet zichzelf zijn hoe confronteert dat ook mag uitpakken.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet empatisch zijn naar anderen.

27. A Als een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet kiezen kan hij/zij het best energie steken in het veranderen van een hard aspect van de organisatie. (structuur, systemen, strategie)

B Als een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet kiezen kan hij/zij het best zijn energie steken in het veranderen van een zacht aspect van de organisatie. (management stijl, cultuur, personeel)

28. A Het is belangrijk binnen de betreffende organisatie werknemers te ondersteunen en veiligheid te bieden bij het bedenken en implementeren van oplossingen.

B Het is belangrijk om bij een verandering binnen de betreffende organisatie het aantal vrijheidsgraden te beperken anders worden werknemers het nooit eens.

29. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet zorgen dat de werknemers het eens worden.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet werknemers motiveren.

30. A Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet veel inzicht vergaren over de context en netwerken rond een probleem.

B Een veranderaar binnen de betreffende organisatie moet veel inzicht vergaren in de patronen die het probleem in stand houden.

Nummer Geel Blauw Rood Groen Wit
1

A

B

2

B

A

3

A

B

4

A

B

5

A

B

6

B

A

7

B

A

8

B

A

9

B

A

10

A

B

11

A

B

12

B

A

13

A

B

14

A

B

15

A

B

16

A

B

17

A

B

18

B

A

19

B

A

20

A

B

21

B

A

22

B

A

23

A

B

24

B

A

25

B

A

26

B

A

27

A

B

28

B

A

29

A

B

30

A

B

Totaal aantal omcirkelde letters per kolom

Geel Blauw Rood Groen Wit

Uitslag Geel Political frameBlauw Structural FrameRood Human Resource FrameGroen Integratie van Human Resource en Symbolic FrameWit Symbolic Frame Voor nadere uitleg over de betreffende frames, kunt u onze weblog raad plegen.


[1] Gepubliceerd 2003, Kluwer
ISBN 9014061587

There are no comments on this post

Leave a Reply